De kernbepaling van de General Corporation Law van Delaware is vervat in artikel 141 (a); het regelt dat het beleid en de gang van zaken van elke Delaware vennootschap wordt bestuurd door althans onder toezicht staat van het bestuur (de board of directors) van de vennootschap. Bij de vervulling van deze taak rusten op de bestuurders een loyaliteitsplicht en een zorgvuldigheidsplicht jegens de vennootschap en haar aandeelhouders.

Business judgment rule: Hoewel voor sommige transacties zowel de toestemming van de aandeelhouders als van het bestuur vereist is, heeft in het algemeen het bestuur de bevoegdheid en de plicht om ondernemingsbeslissingen te nemen voor de vennootschap. Deze beslissingen omvatten het vaststellen van en toezicht houden op de ondernemingsplannen en strategieën op de lange termijn en het aannemen en ontslaan van uitvoerende functionarissen. Het recht van Delaware hanteert ten behoeve van de bestuurders die dergelijke beslissingen nemen het vermoeden—de zogenoemde 'business judgment rule'—dat, zolang een meerderheid van de bestuurders geen tegenstrijdig belang heeft ten aanzien van de beslissing (zie 'de loyaliteitsplicht' hieronder), deze beslissing later niet wordt overgedaan door de toetsende rechter (geen 'second-guessing'), mits deze beslissing te goeder trouw en met voldoende zorgvuldigheid genomen is. De business judgment rule, die ook bescherming biedt wanneer een ondernemingsbeslissing naderhand onverstandig blijkt te zijn geweest, is een hoeksteen van het vennootschapsrecht van Delaware.

Loyaliteitsplicht: De loyaliteitsplicht vereist in ruime zin dat bestuurders te goeder trouw dienen te handelen, zowel ter bevordering van het belang van de vennootschap als ter onthouding van voor de vennootschap schadelijk gedrag.

Ten principale vergt de loyaliteitsplicht dat de vennootschap handelt in overeenstemming met de eisen die volgen uit haar vestiging in Delaware, welke eisen de vennootschap normaliter toestaan dat zij op legale wijze legale ondernemingsactiviteiten ontplooit. Gelet daarop is het een bestuurder niet toegestaan een Delaware vennootschap winst te laten maken op een wijze die strijdig is met het recht. Bestuurders dienen zich veeleer te goeder trouw inspanningen te getroosten om te verzekeren dat de vennootschap controle- en beheersystemen kent die waarborgen dat de vennootschap in lijn handelt met op haar ondernemingsactiviteiten toepasselijke regelgeving (waaronder milieu-, arbeids- en strafrechtelijke regelgeving), en om toe te zien op de toepassing van die systemen door het seniore management van de vennootschap. Hoewel het recht van Delaware bestuurders een ruime mate van beleidsvrijheid toekent bij het nemen van ondernemingsbeslissingen, hun loyaliteitsplicht vergt dat zij daarbij betrekken bij welke juridische, ethische handelwijze de aandeelhouders van de vennootschap het meest zijn gebaat.

De loyaliteitsplicht verbiedt bestuurders eveneens om hun positie te gebruiken ter bevordering van hun persoonlijke belangen. Het recht van Delaware vereist dat zij loyaal zijn aan de vennootschap en haar aandeelhouders, zonder acht te slaan op hun eigen belangen. In het licht daarvan verbiedt de loyaliteitsplicht bijvoorbeeld dat de bestuurder de vennootschap een voor haar onbillijke transactie laat aangaan waarbij die bestuurder een persoonlijk belang heeft, dat de bestuurder onredelijke stappen zet om zijn eigen positie als bestuurder te continueren of dat de bestuurder misbruik maakt van bedrijfsgeheime informatie. In het algemeen verbiedt de loyaliteitsplicht iedere handelwijze waardoor de belangen van de vennootschap en haar aandeelhouders ondergeschikt worden gemaakt aan het persoonlijke belang van de bestuurder.

Indien de meerderheid van de bestuurders een tegenstrijdig belang heeft ter zake van een transactie die in rechte wordt aangevochten, wordt de desbetreffende ondernemingsbeslissing van het bestuur mogelijk niet beschermd door de business judgment rule. De Delaware rechter zal dan normaliter veeleer van de bestuurders eisen dat zij aantonen dat die transactie billijk is voor de vennootschap. Gelet daarop stimuleren de rechters in Delaware het treffen van maatregelen door bestuurders met een tegenstrijdig belang die waarborgen dat de transactie voor de vennootschap billijk is, zoals het betrekken van onpartijdige en onafhankelijke beslissers in het besluitvormingsproces.

Zorgvuldigheidsplicht: Bij het besturen en het toezicht houden op het beleid en de gang van zaken van de vennootschap, dienen bestuurders zowel beslissingen te nemen als af te gaan op functionarissen binnen de vennootschap. De zorgvuldigheidsplicht vergt van bestuurders dat zij op geïnformeerde wijze beslissingen nemen, maar onderkent dat bestuurders bij voortduring beslissingen dienen te nemen en bij het nemen van iedere beslissing geen zeeën van tijd hebben. Gelet daarop wordt van bestuurders niet verwacht dat zij bij het nemen van beslissingen acht slaan op alle informatie—alleen de informatie die materieel is voor de beslissing die zij dienen te nemen. Het voorgaande laat onverlet dat bestuurders, indien zij informatie beoordelen die hen door het management is verschaft, deze informatie kritisch dienen te beoordelen en daarop niet blindelings mogen afgaan.

Het antwoord op de vraag of bestuurders hebben voldaan aan de zorgvuldigheidsplicht is telkens afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De rechters in Delaware zullen daarbij in het algemeen in aanmerking nemen hoeveel tijd de bestuurders ter beschikking stond bij het beoordelen van de informatie, welke informatie is beoordeeld, hoe kritisch deze informatie is beoordeeld en of zij daarbij deskundige financieel of juridisch advies hebben aangezocht. Omdat rationele aandeelhouders niet willen, dat bestuurders ervoor vrezen dat te goeder trouw gemaakte ondernemingsbeslissingen die naar de aard risicovol zijn naderhand door de toetsende rechter als onzorgvuldig worden aangemerkt, hanteert het Delaware recht normaliter een grove nalatigheid-maatstaf om te bepalen of bestuurders hebben voldaan aan hun zorgvuldigheidsplicht. Anders gezegd: hoewel van een bestuurder wordt verwacht dat hij een redelijke mate van zorgvuldigheid betracht, zullen de Delaware rechters pas ingrijpen als bestuurders hebben gehandeld op een wijze die drastisch afwijkt van de handelwijze van een zorgvuldig handelend bestuurder. Verder staat het recht van Delaware toe, dat vennootschappen in hun statuten een bepaling opnemen die de bestuurders beschermt tegen persoonlijke aansprakelijkheid wegens schending van de zorgvuldigheidsplicht—een dergelijke bepaling kan de bestuurders evenwel niet beschermen tegen schending van de loyaliteitsplicht. Deze bepaling, artikel 102(b)(7), is ontworpen ter facilitering van creativiteit bij de ondernemer en het nemen van bona fide ondernemersrisico's, ter bevordering van aandeelhouderswaarde.